|
De
oorsprong van thee ligt in het Oude China.
Volgens
Chinese verhalen heeft Keizer Shen Nung ongeveer 5000 jaar geleden thee
'uitgevonden'.
Op een
dag zat hij onder een boom een kom warm water te drinken.
Er woei
echter een blaadje van een wilde theestruik in de kom.
Nietemin
dronk de Keizer gewoon verder en hij genoot zo van de nieuwe drank,
dat hij
in het vervolg altijd wat theeblaadjes in zijn kom met warm water deed.
De
gewoonte van het theedrinken verspreide zich snel en niet lang na het eerste
kopje thee van de
Keizer telde China talloze theeplantages.
Omstreeks
het jaar 800 schreef Lu Yu zijn 'Het theeboek' (Ch'a
Ching).
De
consumptie had zich al uitgebreid tot Japan, en niet
lang nadien werden er
kleine hoeveelheden westwaarts vervoerd over de Perzische karavaanroutes.
De
Venetianen leerden de thee kennen in het midden van de 16e eeuw, maar
alleen als middel tegen maagstoornissen en jicht; ze lieten het aan hun rivalen
in opkomst,
de Nederlanders, over om de thee in Europa te introduceren.
Dit
gebeurde in 1606, toen de eerste scheepslading Chineese thee arriveerde.
Hoewel
het aanvankelijk een dure nieuwigheid was, werd het al snel de populairste drank in het
land.
De
exportmarkt beleefde een wisselend succes.
Frankrijk
nam al vroeg deel aan de rage, maar slechts voor korte tijd; de thee veroverde Engeland
langzaam maar blijvend.
In
1658 verscheen de eerste advertentie voor thee in
een
Engelse krant, en in 1660 'liet' Samuel Pepys'
een kop
thee halen, een drank uit China die ik nog
nooit
eerder had gedronken. '
In 1664
kreeg Charles II een hoeveelheid thee ten
geschenke
van de Verre
Oost-Indische Compagnie.
De
Compagnie begon in 1689 de thee direct uit
China
te importeren en kreeg in 1721 het monopolie
van de
theehandel dat tot 1833 zou duren.
In 1834
liep het China-monopolie van de Oostindische Compagnie ten einde - in feite werd de hele
Compagnie opgeheven.
De
onmiddelijke oorzaak daarvan was de snelle groei van het Indiase Rijk; de
publieke opinie
dacht hier betere thee tegen redelijker prijzen te kunnen krijgen.
Assam was de eerste streek waar men op grote schaal thee begon te
verbouwen; men gebruikte er een inheemse soort die ontdekt werd in 1823.
Echt
succesvol werd de produktie omstreeks 1852 en andere Noord Indiase districten (Darjeeling,
Cachar) zouden spoedig
volgen.
Ook op
andere plaatsn werden pogingen gedaan, maar de eerste werkelijk spectaculaire nieuwkomer
na Assam was Ceylon jaren
1870 dat in de jaren 1870 zijn door plantenziekte verwoeste koffieplantages
volledig door
thee verving.
Van
rond dezelfde tijd dateren de eerste Nederlandse plantages op Java, dat het
op twee na grootste exportgebied zou worden.
In 1849
werden de wetten die het Amerikaanse schepen verboden om deel te nemen aan de
handel met China ingetrokken, en de snelle 'New England Clippers' versloegen de
oude in (omstreeks 1840 werden in Engeland zeilschepen gebouwd die speciaal
waren bedoeld om snel thee uit het Verre Oosten te kunnen
halen).
De
eerste thee van het seizoen had altijd een premie opgeleverd, maar bij de Thee
Races werd de
opwinding nog vergroot door de uitgebreide weddenschappen onder het publiek.
De
opening van het Suezkanaal in 1869 en de opkomst van stoomkracht zetten een
streep onder
deze romantische tijd.
Ondertussen had het Engelse publiek gereageerd op de veel sterkere
theeën ui India en omstreeks 1900 vormde de import uit China nog maar 5% van het
totaal - dit was deels te verwijten aan het feit dat China verzuimde om
verbeteringen aan te
brengen in de kwaliteit, transport en prijs.
De
Ceylonthee werd populair in de jaren 1890, nadat op zeer grote schaal reclame
was gemaakt
voor ongemengde theeën en voor speciale sorteringen zoals Golden Tips.
Sindsdien
zijn er andere productieregionen op de markt gekomen,
met
name in Afrika ( Malawi, Kenia, Oeganda) en Zuid-Amerika
(Argentinië,
tegenwoordig zelf een theedrinkend land).
Het
Chinese monopolie was gebroken en al snel was de thee uit de nieuwe gebieden
even
geliefd als de Chinese.
|